Als je het nieuws volgt, lijkt het soms alsof boosheid alle andere emoties overklast en ook aan de haal gaat met referenda en verkiezingen. Voor het vak levensbeschouwing zijn de eerste klassen de afgelopen maand bezig geweest met Martin Luther King en de burgerrechtenbeweging. Zwarte Amerikanen die in de jaren vijftig en zestig opkwamen voor hun rechten kregen veel witte boosheid over zich heen, maar ze moesten ook hun eigen verontwaardiging zien te beheersen. De grote vraag voor King was: hoe voorkom je dat boosheid wint? En hoe kun je de stap maken van pure boosheid naar andere, meer constructieve emoties?

Naar het voorbeeld van King hebben we drie fasen in dat proces onderscheiden. De eerste hebben we standaardboosheid genoemd, een reflex die iedereen kent: je wilt de ander terugpakken (“dat flik je me niet!”). De tweede is overgangsboosheid: je snapt ergens wel dat terugpakken je niet verder brengt en probeert iets zinnigs met je boosheid te bereiken (“zo moet het niet doorgaan!”). De derde fase is als boosheid heeft plaatsgemaakt voor vergiffenis, hoop, liefde of iets anders. De leerlingen hebben met prachtige filmpjes laten zien hoe je van de ene in de andere fase kunt komen, zodat boosheid niet het laatste woord heeft.
[ Joris Verheijen ]


Len, Ayman en Job (1B)

 


Vezzaha en Nerys (1A)

 


Lynn en Robin (1F)

 


Paula, Sara en Alicja (1C)